Rouwgevoelens
ontstaan voornamelijk wanneer verbindingen als verbroken worden ervaren
in het bijzonder die met mensen. Niet alleen de dood
levert ons deze gevoelens op. Ook als we te maken krijgen met
scheiding, sterke afwijzing, ziekte, ontslag of pensionering enz.
Vaak kunnen of
willen we er niet aan om die gevoelens van rouw en verlies toe te laten.
Het doet te veel pijn. Meestal herkennen we die rouwgevoelens niet eens
goed omdat we ze afdekken met eigen rationalisaties of met die van
anderen. Zo wordt er vaak gezegd
“ach het is maar beter zo”, “we hadden toch niks
meer samen” of “je moet er nu toch wel overheen zijn” en “ het
is toch al zo lang
geleden”,
en op die manier leggen we een soort van schil om het ware
gevoel dat niet is
verwerkt.
In de praktijk blijkt dat als
we het verlies niet helemaal - mentaal, emotioneel en lichamelijk -
durven te voelen, dat we het niet goed kunnen verwerken. Op een later
tijdstip kunnen er dan klachten gaan ontstaan. Variërend van vage,
onduidelijke symptomen tot ernstige lichamelijk ongemakkelijkheden.
Goed rouwen helpt om verbindingen die als verbroken voelen te leren
accepteren en daardoor te helen.
Verwerkt hebben van verlies betekent dat je erover
kunt praten zonder in de emotie te schieten. Je kunt je dan juist
heel sterk gaan voelen, want je bent er dóór gekomen.
|